Maagverkleining bij diabetes type 2: wat is het effect?
Een maagverkleining bij diabetes type 2 kan de bloedsuiker sterk verbeteren. Het lichaam reageert vaak beter op insuline, het hormoon dat glucose uit het bloed helpt opnemen. Sommige mensen hebben onder medische begeleiding minder diabetesmedicatie nodig. Bij een deel ontstaat remissie: diabeteswaarden blijven zonder glucoseverlagende medicatie onder de diabetesgrens. Dit is geen gegarandeerde genezing.
Hoe werkt een maagverkleining bij diabetes type 2?
Bij diabetes type 2 reageren lichaamscellen minder goed op insuline. Dit heet insulineresistentie. De alvleesklier moet daardoor meer insuline maken om de bloedsuiker binnen gezonde grenzen te houden.
Na een maagverkleining eet u kleinere hoeveelheden en krijgt u minder energie binnen. Wanneer u gewicht verliest, kan de insulineresistentie afnemen. Ook veranderen de spijsvertering en de afgifte van darmhormonen die invloed hebben op de bloedsuiker. Daardoor kunnen de glucosewaarden al kort na de operatie verbeteren, nog voordat het meeste gewichtsverlies is bereikt.
Zowel een gastric bypass, waarbij een deel van de dunne darm wordt omgeleid, als een gastric sleeve, waarbij een smalle buismaag overblijft, kunnen een gunstig metabool effect hebben. Metabool betekent dat de ingreep de stofwisseling beïnvloedt. De uitkomst en de meest passende operatie verschillen per persoon. Lees daarom hoe het behandelteam beoordeelt welke maagverkleining bij u past.
Kan diabetes type 2 in remissie komen?
Ja, dat is mogelijk. Artsen spreken doorgaans van remissie wanneer het HbA1c minimaal drie maanden onder 48 mmol/mol blijft zonder glucoseverlagende medicatie. HbA1c is een bloedwaarde die de gemiddelde bloedsuiker over ongeveer twee tot drie maanden weergeeft.
Remissie betekent niet dat diabetes definitief genezen is. De bloedsuiker kan later opnieuw stijgen, bijvoorbeeld wanneer het gewicht toeneemt of de aanmaak van insuline verder afneemt. Daarom blijft controle nodig, ook wanneer u geen diabetesmedicatie meer gebruikt.
Waarvan hangt het effect op diabetes af?
Niet iedereen bereikt hetzelfde resultaat. De kans op verbetering of remissie hangt onder meer samen met:
- hoe lang u diabetes type 2 heeft;
- hoeveel insuline uw alvleesklier nog kan maken;
- uw bloedsuikerwaarden en medicatiegebruik vóór de operatie;
- het type ingreep en het gewichtsverlies daarna;
- de mate waarin het lukt om nieuwe eet- en beweeggewoonten vol te houden.
Een kortere diabetesduur en meer eigen insulineproductie zijn doorgaans gunstige factoren, maar geven geen zekerheid. Diabetes type 2 kan meewegen bij de medische beoordeling voor bariatrische chirurgie, de verzamelnaam voor operaties ter behandeling van ernstige obesitas. De aandoening betekent niet automatisch dat u wordt geopereerd; lees meer over de voorwaarden voor een maagverkleining.
Wat gebeurt er met diabetesmedicatie?
Omdat de bloedsuiker snel kan dalen en uw voedingsinname sterk verandert, kan diabetesmedicatie rondom de operatie moeten worden aangepast. Dit geldt in het bijzonder voor middelen die een te lage bloedsuiker kunnen veroorzaken, waaronder insuline. Welke aanpassing veilig is, hangt af van uw medicijnen, glucosewaarden en gezondheid.
Stop of wijzig voorgeschreven medicatie nooit zelfstandig. Spreek vóór de operatie met het behandelteam, uw huisarts of internist af wie uw bloedsuiker volgt en wie uw medicatie aanpast. Meet volgens het persoonlijke controleschema en noteer uw waarden, medicatie en eventuele klachten. Bespreek ook met uw apotheker of de opname of vorm van een geneesmiddel verandert. Op de pagina over medicatiegebruik na een maagverkleining staan algemene aandachtspunten.
Waarom blijven controles noodzakelijk?
Na de operatie worden uw bloedsuiker en HbA1c gevolgd. Uw zorgverlener bepaalt hoe vaak dit nodig is. Ook bij remissie blijven de gebruikelijke diabetescontroles belangrijk, omdat eerder ontstane schade aan bijvoorbeeld ogen, nieren, zenuwen of bloedvaten niet automatisch verdwijnt.
Daarnaast zijn bariatrische controles nodig voor onder meer uw gewicht, voedingsstatus en mogelijke tekorten aan vitamines en mineralen. De nazorg na een maagverkleining helpt veranderingen tijdig te signaleren. Blijf daarom naar de afgesproken controles gaan en bespreek het wanneer uw bloedsuiker of gewicht opnieuw oploopt.
Wanneer moet u contact opnemen?
Een te lage bloedsuiker heet een hypoglykemie of hypo. Mogelijke signalen zijn trillen, zweten, hartkloppingen, hevige honger, duizeligheid, wazig zien of verwardheid. Meet uw bloedsuiker als dat kan en volg het persoonlijke hypo-advies dat u van uw zorgverlener heeft gekregen.
Neem dezelfde dag contact op met uw behandelteam, huisarts of diabeteszorgverlener bij herhaalde hypo’s, aanhoudend hoge waarden, onduidelijkheid over uw medicatie of wanneer eten en drinken niet lukt. Bel direct 112 bij bewusteloosheid, een epileptische aanval, ernstige verwardheid of als iemand niet veilig kan slikken. Geef een bewusteloze persoon niets te eten of te drinken. Ook hoge glucosewaarden in combinatie met braken, buikpijn, snelle of diepe ademhaling, sufheid of een ernstig ziek gevoel vragen om spoedige medische beoordeling.
Overweegt u deel te nemen aan het programma van het Bariatrisch Centrum? Neem gerust contact met ons op via telefoon (088 706 8800) of e-mail (poli.bariatrie@bravis.nl) voor meer informatie of om u aan te melden. Voor uw intake en screening is een verwijsbrief van uw huisarts of specialist vereist, bijvoorbeeld van een internist, longarts of cardioloog. Wanneer u aan de criteria voldoet, wordt u direct ingepland voor de screening. Als aanvullende medische informatie nodig is, volgt eerst een gesprek met de chirurg. Zo zet u een goed geïnformeerde eerste stap richting een duurzame behandeling van obesitas.