Waarom moet u stoppen met roken voor een maagverkleining?
Stoppen met roken voor een maagverkleining vermindert de kans op problemen met de narcose, de longen, de wondgenezing en het herstel. Tabaksrook verlaagt de zuurstoftoevoer naar weefsels en nicotine vernauwt bloedvaten. Bij bariatrische chirurgie is roken bovendien verbonden met meer lekkages en maagzweren. Daarom bespreekt het behandelteam uw gebruik vóór de operatie.
Waarom stoppen met roken voor een maagverkleining?
Tijdens een operatie en het herstel heeft uw lichaam voldoende zuurstof en een goede doorbloeding nodig. Koolmonoxide uit tabaksrook bindt zich aan hemoglobine, de zuurstofdrager in rode bloedcellen. Daardoor bereikt minder zuurstof het weefsel. Nicotine vernauwt kleine bloedvaten, waardoor de doorbloeding verder kan afnemen.
Bij een maagverkleining moeten niet alleen de huidwondjes genezen. Ook de nietjeslijnen en eventuele nieuwe verbindingen tussen maag en darm moeten stevig herstellen. Dat geldt voor de verschillende bariatrische operaties. Roken prikkelt daarnaast de luchtwegen en belast de longen, wat rondom de narcose extra problemen kan geven.
Welke risico’s worden door roken groter?
Roken betekent niet dat er zeker een complicatie ontstaat. Onderzoek naar bariatrische chirurgie laat wel zien dat rokers gemiddeld vaker wond- en luchtwegproblemen, heropnames en lekkages krijgen. Mogelijke gevolgen zijn:
- langzamere wondgenezing en een grotere kans op een wondinfectie;
- meer kans op hoesten, ademhalingsproblemen of een longinfectie rond de operatie;
- een grotere kans op lekkage bij een nietjeslijn of anastomose, een chirurgisch gemaakte verbinding;
- na een gastric bypass: meer kans op een marginale zweer, een zweer bij de verbinding tussen het kleine maagreservoir en de dunne darm;
- een moeizamer herstel en soms een extra behandeling of opname.
Ook na de operatie blijft niet roken belangrijk. Een marginale zweer kan bijvoorbeeld buikpijn, misselijkheid, braken of een bloeding veroorzaken.
Geldt dit ook voor vapen en andere nicotineproducten?
Overstappen op een ander nicotineproduct is niet automatisch een veilige oplossing voor de operatie. Een e-sigaret of vape bevat geen tabaksrook, maar kan wel nicotine bevatten en de luchtwegen irriteren. Nicotinezakjes, snus en verhitte tabak leveren eveneens nicotine. Geef daarom tijdens de multidisciplinaire screening eerlijk aan welke producten u gebruikt.
Nicotinepleisters, nicotinekauwgom en medicijnen kunnen helpen bij stoppen met roken, maar wat rondom uw operatie geschikt en toegestaan is, vraagt om individueel advies. Bespreek hulpmiddelen vooraf met uw arts, behandelteam of apotheker. Begin of stop nooit zelf met voorgeschreven medicatie en pas de dosering niet zelfstandig aan.
Hoe lang moet u rook- en nicotinevrij zijn?
Volg de termijn die uw behandelteam persoonlijk met u afspreekt. Een passende termijn kan afhangen van de ingreep, uw gezondheid en het gebruikte product. Op de pagina over de voorbereiding op de operatie vindt u de algemene voorbereidingsinformatie van het centrum.
Heeft u toch gerookt of nicotine gebruikt nadat u moest stoppen? Meld dit dan zo snel mogelijk. Verzwijg het niet uit angst dat de operatie wordt uitgesteld. Het behandelteam kan alleen met de juiste informatie beoordelen wat in uw situatie veilig is.
Hoe maakt u stoppen beter haalbaar?
Wacht niet tot vlak voor de operatie met het regelen van hulp. U kunt zelf de volgende stappen zetten:
- noteer wanneer, hoeveel en welke rook- of nicotineproducten u gebruikt;
- spreek met het behandelteam een duidelijke stopdatum af;
- vraag begeleiding aan uw huisarts, praktijkondersteuner of een stoppen-met-roken-coach;
- verwijder sigaretten, vapes en andere producten uit huis, auto en tas;
- bedenk vooraf wat u doet bij trek, zoals kort wandelen, water drinken of iemand bellen.
Ontwenningsverschijnselen zijn bijvoorbeeld onrust, prikkelbaarheid, hoofdpijn, slechter slapen, moeite met concentreren en meer eetlust. Ze kunnen vervelend zijn, maar nemen meestal weer af. Bespreek extra eetlust of moeite met uw voedingspatroon tijdig met de diëtist of psycholoog binnen het traject.
Wanneer moet u contact opnemen?
Neem vóór de operatie contact op met uw behandelteam als stoppen niet lukt, u opnieuw bent begonnen, u hulpmiddelen wilt gebruiken of nieuwe luchtwegklachten krijgt. Vraag ook advies als u andere medicijnen gebruikt, omdat stoppen met roken de werking van sommige middelen kan beïnvloeden.
Na de operatie kunnen toenemende buikpijn, aanhoudend braken of niet kunnen drinken, koorts, bloedbraken, zwarte ontlasting, pus uit een wond, ernstige benauwdheid of pijn op de borst niet wachten. Volg direct de ontslaginstructies en neem contact op met het ziekenhuis; bij een levensbedreigende situatie belt u 112. De actuele contactmogelijkheden bij acute complicaties staan ook in het behandeltraject van het Bariatrisch Centrum.
Overweegt u deel te nemen aan het programma van het Bariatrisch Centrum? Neem gerust contact met ons op via telefoon (088 706 8800) of e-mail (poli.bariatrie@bravis.nl) voor meer informatie of om u aan te melden. Voor uw intake en screening is een verwijsbrief van uw huisarts of specialist vereist, bijvoorbeeld van een internist, longarts of cardioloog. Wanneer u aan de criteria voldoet, wordt u direct ingepland voor de screening. Als aanvullende medische informatie nodig is, volgt eerst een gesprek met de chirurg. Zo zet u een goed geïnformeerde eerste stap richting een duurzame behandeling van obesitas.