Ga naar de inhoud

Zorg vóór, tijdens en na je maagverkleining

Behandelcentrum voor Overgewicht en Obesitas — Bariatrisch Centrum
Kennisbank

Wanneer kan de pouch na een gastric bypass opnieuw worden verkleind?

De pouch na een gastric bypass kan opnieuw worden verkleind wanneer deze aantoonbaar relatief groot is, de verbinding met de dunne darm verwijd is en dit waarschijnlijk bijdraagt aan onvoldoende gewichtsverlies of aanzienlijke gewichtstoename. Alleen grotere porties kunnen eten of enkele kilo’s aankomen is daarvoor niet voldoende. Een pouch verkleinen na een gastric bypass wordt pas overwogen na onderzoek door een multidisciplinair bariatrisch team en wanneer begeleiding, leefstijlbehandeling, medicatie of andere passende behandelingen onvoldoende resultaat geven.

Wat is de pouch bij een gastric bypass?

Bij een gastric bypass wordt het bovenste gedeelte van de maag afgescheiden van de rest van de maag. Hierdoor ontstaat een klein maagreservoir dat de pouch wordt genoemd. Deze pouch wordt rechtstreeks verbonden met de dunne darm.

De verbinding tussen de pouch en de dunne darm heet de gastrojejunale anastomose. Deze opening wordt ook wel de maaguitgang, stoma of outlet genoemd. De pouch en de maaguitgang hebben invloed op de hoeveelheid voeding die u per keer kunt eten en op de snelheid waarmee voeding naar de dunne darm stroomt.

De rest van de maag blijft in het lichaam aanwezig, maar voedsel komt daar na een gastric bypass niet meer doorheen. Maagzuur en andere spijsverteringssappen komen verderop in de dunne darm weer bij de voeding.

Kan de pouch na een gastric bypass groter worden?

De pouch kan bij onderzoek op langere termijn ruimer blijken dan verwacht. Ook de verbinding tussen de pouch en de dunne darm kan wijder zijn geworden. Het is echter niet altijd mogelijk om vast te stellen of de pouch daadwerkelijk is uitgerekt of vanaf de oorspronkelijke operatie relatief ruim is geweest.

Na de eerste herstelperiode kunt u meestal geleidelijk iets meer eten dan direct na de operatie. Dat is een normale ontwikkeling en betekent niet automatisch dat de pouch te groot is geworden. Zwelling rond de operatie neemt af, voeding wordt gevarieerder en uw lichaam past zich aan de nieuwe situatie aan.

Dat u grotere porties kunt eten, is daarom geen betrouwbare meting van de pouch. Ook regelmatig trek hebben of minder snel verzadigd zijn kan verschillende lichamelijke, hormonale, voedingskundige en psychologische oorzaken hebben.

Op de pagina over de portiegrootte na een maagverkleining leest u waarom porties in de loop van de tijd kunnen veranderen.

Wanneer wordt het opnieuw verkleinen van de pouch overwogen?

Er bestaat geen vaste hoeveelheid gewichtstoename, BMI of pouchinhoud waarbij automatisch een operatie wordt uitgevoerd. De arts beoordeelt het volledige beeld. Meestal moet sprake zijn van een combinatie van gewichtstoename of onvoldoende gewichtsverlies, een aantoonbare anatomische verandering en onvoldoende effect van andere behandelingen.

Aanzienlijke gewichtstoename

Een revisie kan worden onderzocht wanneer u na de oorspronkelijke gewichtsafname opnieuw aanzienlijk bent aangekomen. Daarbij wordt gekeken naar uw laagste gewicht na de operatie, uw huidige gewicht, het moment waarop de gewichtstoename begon en eventuele terugkeer van gewichtsgerelateerde aandoeningen.

Een beperkte gewichtstoename op langere termijn komt vaker voor en is niet automatisch een reden voor een nieuwe operatie. De verwachte voordelen van een pouchverkleining moeten opwegen tegen de risico’s van revisiechirurgie.

Onvoldoende gewichtsverlies na de oorspronkelijke operatie

Sommige patiënten verliezen na een gastric bypass minder gewicht dan vooraf werd verwacht. Wanneer onderzoek laat zien dat de pouch of de maaguitgang relatief groot is en dit waarschijnlijk bijdraagt aan het resultaat, kan een aanpassing worden besproken.

Eerst worden andere mogelijke oorzaken onderzocht. Het resultaat van een gastric bypass wordt namelijk niet uitsluitend door de grootte van de pouch bepaald.

Verlies van verzadiging en sterk toegenomen porties

Wanneer u nauwelijks nog verzadiging voelt en structureel veel grotere porties kunt eten, kan dit aanleiding zijn om de anatomie van de gastric bypass te onderzoeken. Deze klachten vormen op zichzelf nog geen operatie-indicatie.

De chirurg moet met een gastroscopie of beeldvormend onderzoek vaststellen of de pouch, de maaguitgang of beide daadwerkelijk relatief ruim zijn. Vervolgens wordt beoordeeld of de gevonden afwijking uw klachten voldoende kan verklaren.

Terugkeer van gewichtsgerelateerde aandoeningen

Aanzienlijke gewichtstoename kan samengaan met de terugkeer of verslechtering van diabetes type 2, slaapapneu, hoge bloeddruk, leververvetting of gewrichtsklachten. Dit kan meewegen in de beslissing om opnieuw te behandelen.

Het doel van een vervolgbehandeling kan dan niet alleen gewichtsverlies zijn, maar ook het stabiliseren van het gewicht en verbeteren van de gezondheid.

Een gastro-gastrische fistel

In zeldzame gevallen ontstaat een verbinding tussen de pouch en de oorspronkelijke maag. Dit wordt een gastro-gastrische fistel genoemd. Een deel van de voeding kan dan opnieuw in het grotere gedeelte van de maag terechtkomen.

Een fistel kan bijdragen aan gewichtstoename, reflux, buikpijn of een hardnekkige maagzweer. De behandeling bestaat niet altijd uitsluitend uit het verkleinen van de pouch. De chirurg kan ook de fistel sluiten en andere onderdelen van de gastric bypass herstellen.

Is gewichtstoename voldoende voor een pouchverkleining?

Nee. Gewichtstoename na een gastric bypass kan meerdere oorzaken tegelijk hebben. De operatie beïnvloedt de anatomie, hormonen, verzadiging en stofwisseling, maar obesitas blijft een chronische aandoening. Biologische aanpassing kan er op langere termijn voor zorgen dat honger en gewicht opnieuw toenemen.

Andere factoren die kunnen bijdragen zijn:

  • vaak eten of drinken verspreid over de dag;
  • calorierijke dranken of gemakkelijk verteerbare producten;
  • verlies van structuur in het eetpatroon;
  • emotioneel eten of eetbuien;
  • slaaptekort en langdurige stress;
  • lichamelijke beperkingen waardoor bewegen moeilijker is;
  • medicatie die gewichtstoename kan bevorderen;
  • hormonale of andere medische veranderingen;
  • verwijding van de pouch of maaguitgang;
  • een gastro-gastrische fistel.

Een pouchverkleining behandelt alleen een deel van deze mogelijke oorzaken. Wanneer de anatomie normaal is, levert een operatie aan de pouch mogelijk onvoldoende voordeel op.

Lees meer over de verschillende oorzaken en behandelmogelijkheden bij gewichtstoename na een maagverkleining.

Wanneer wordt de pouch meestal niet opnieuw verkleind?

Een operatie wordt meestal niet direct geadviseerd wanneer slechts sprake is van een beperkte gewichtstoename, wanneer de pouch en maaguitgang bij onderzoek normaal zijn of wanneer behandelbare oorzaken nog onvoldoende zijn aangepakt.

Ook kan van een operatie worden afgezien wanneer:

  • de verwachte gezondheidswinst beperkt is;
  • het operatierisico te hoog wordt ingeschat;
  • ernstige vitamine- of voedingstekorten nog niet zijn behandeld;
  • de oorzaak vooral buiten de anatomie van de pouch ligt;
  • passende voedings- of leefstijlbegeleiding nog niet is gevolgd;
  • afvalmedicatie een geschiktere of veiligere eerste vervolgstap is;
  • een andere revisietechniek beter aansluit op de medische situatie.

Het behandelteam kijkt niet alleen of een pouchverkleining technisch mogelijk is, maar vooral of deze behandeling in uw situatie voldoende kans op een zinvol en duurzaam resultaat biedt.

Hoe wordt onderzocht of de pouch te groot is?

Een vergrote pouch kan niet betrouwbaar worden vastgesteld op basis van uw gewicht, hongergevoel of portiegrootte alleen. Hiervoor zijn medisch onderzoek en beeldvorming nodig.

Bespreking van het gewichtsverloop

Het behandelteam brengt uw gewicht vóór de gastric bypass, het laagste gewicht na de operatie en het huidige gewicht in kaart. Ook wordt besproken wanneer de gewichtstoename begon en of gezondheidsproblemen zijn teruggekeerd.

Wanneer beschikbaar, worden het operatieverslag en eerdere onderzoeken opgevraagd. Daarmee kan de huidige anatomie worden vergeleken met de manier waarop de oorspronkelijke gastric bypass is aangelegd.

Gastroscopie

Bij een gastroscopie bekijkt de arts de binnenkant van de slokdarm, pouch en maaguitgang met een flexibele camera. De arts kan beoordelen of de pouch relatief ruim is, of de verbinding met de darm verwijd is en of een fistel, ontsteking of maagzweer aanwezig is.

Slikfoto met contrastmiddel

Met een slikfoto kan worden onderzocht hoe het contrastmiddel door de pouch en naar de dunne darm stroomt. De beelden geven informatie over de vorm van de pouch, de doorgang en de snelheid waarmee de pouch wordt geleegd.

Voedingskundige en psychologische beoordeling

Een diëtist bespreekt onder andere uw maaltijden, porties, eetmomenten, eiwitinname, dranken en verzadiging. Indien nodig wordt ook gekeken naar emotioneel eten, eetbuien, stress of andere factoren die het gewicht kunnen beïnvloeden.

Deze beoordeling is geen formaliteit. Ook na een technisch geslaagde pouchverkleining blijven eetgedrag, voeding en begeleiding belangrijk voor het resultaat.

Bloedonderzoek en medische controle

Met bloedonderzoek wordt onder andere gekeken naar vitamines, mineralen, bloedarmoede, bloedsuiker, leverwaarden en de algemene voedingstoestand. Ook beoordeelt de arts uw medicatie en eventuele aandoeningen die gewichtstoename kunnen beïnvloeden.

Bestaat er een vaste maximale grootte voor de pouch?

Er bestaat geen algemeen aanvaarde pouchinhoud waarbij voor iedere patiënt een revisieoperatie nodig is. De vorm van de pouch, de grootte van de maaguitgang, de voedselpassage en uw medische situatie moeten in samenhang worden beoordeeld.

Een relatief ruime pouch zonder gewichtstoename of gezondheidsproblemen hoeft niet automatisch behandeld te worden. Omgekeerd kan iemand met een normaal ogende pouch toch gewichtstoename ervaren door andere factoren.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

Wanneer aanvullende behandeling nodig is, zijn er verschillende mogelijkheden. Het opnieuw verkleinen van de pouch is daar één van.

Chirurgische pouchverkleining

Bij een chirurgische pouchverkleining maakt de chirurg de bestaande pouch met nietjes opnieuw smaller of kleiner. Soms wordt ook de oude verbinding tussen de pouch en de dunne darm verwijderd en opnieuw aangelegd.

Deze operatie wordt meestal uitgevoerd met een kijkoperatie. Door littekenweefsel en verklevingen kan revisiechirurgie technisch ingewikkelder zijn dan de oorspronkelijke gastric bypass.

Verkleinen van de maaguitgang

Soms is vooral de verbinding tussen de pouch en de dunne darm verwijd. De behandeling kan zich dan richten op het verkleinen van deze opening. Dit kan operatief gebeuren.

In gespecialiseerde centra kan in bepaalde situaties een endoscopische behandeling worden uitgevoerd. Daarbij wordt de maaguitgang via een gastroscopie met hechtingen kleiner gemaakt. Deze behandeling wordt transoral outlet reduction, afgekort TORe, genoemd. Niet iedere patiënt komt hiervoor in aanmerking en niet ieder centrum biedt deze techniek aan.

Pouchverkleining met een ring

Een chirurg kan in geselecteerde situaties naast een aanpassing van de pouch een ring rond het kleine maagreservoir plaatsen. Deze ring moet voorkomen dat voeding te snel passeert of dat de pouch verder verwijdt.

Een ring plaatsen is niet hetzelfde als de pouch daadwerkelijk opnieuw verkleinen. De behandeling heeft eigen voordelen en risico’s, waaronder slikproblemen, braken, vernauwing, verschuiving of ingroei van de ring.

Aanpassen van de darmlengte

Bij een distalisatie wordt niet de pouch, maar de route door de dunne darm aangepast. Hierdoor wordt een groter deel van de dunne darm omgeleid. Deze ingreep kan meer effect op het gewicht hebben, maar verhoogt ook het risico op eiwit-, vitamine- en mineralentekorten.

Daarom is distalisatie een andere en meer ingrijpende revisietechniek dan alleen het opnieuw verkleinen van de pouch.

Behandeling zonder nieuwe operatie

Afhankelijk van de oorzaak kan de behandeling bestaan uit begeleiding door een diëtist, ondersteuning bij eetgedrag, een aangepast beweegprogramma of afvalmedicatie. Een operatie en medicatie sluiten elkaar niet altijd uit, maar worden binnen een persoonlijk behandelplan tegen elkaar afgewogen.

Hoe verloopt een chirurgische pouchverkleining?

De chirurg voert de ingreep doorgaans uit via een kijkoperatie. Eerst wordt het littekenweefsel rond de pouch en de verbinding met de dunne darm voorzichtig losgemaakt. Daarna kan de werkelijke vorm en grootte van de pouch worden beoordeeld.

Met nietinstrumenten wordt een deel van de pouch verwijderd of opnieuw afgescheiden, zodat een kleinere en smallere pouch ontstaat. Wanneer de maaguitgang te ruim is, kan deze eveneens worden verkleind of opnieuw worden aangelegd.

Tijdens de operatie controleert de chirurg de nieuwe verbinding op lekkage en doorgankelijkheid. Welke onderdelen precies worden aangepast, hangt af van de anatomie die tijdens de operatie wordt aangetroffen.

Hoeveel kunt u na een pouchverkleining afvallen?

Het resultaat verschilt sterk per persoon. Een pouchverkleining kan helpen om verdere gewichtstoename af te remmen, het gewicht te stabiliseren en aanvullend gewichtsverlies mogelijk te maken. Het effect is doorgaans minder voorspelbaar dan na de eerste gastric bypass.

Verwacht daarom niet automatisch opnieuw dezelfde snelle of grote gewichtsafname als na de oorspronkelijke operatie. Ook een technisch geslaagde revisie kan later gevolgd worden door nieuwe gewichtstoename.

Vooraf bespreekt het behandelteam welk resultaat in uw situatie realistisch is. Soms wordt gewichtsstabilisatie of verbetering van diabetes, slaapapneu of andere aandoeningen al als een waardevol behandelresultaat gezien.

Welke risico’s heeft het opnieuw verkleinen van de pouch?

Een pouchverkleining is een revisieoperatie en brengt risico’s met zich mee. Mogelijke complicaties zijn:

  • een bloeding;
  • lekkage langs de nieuwe nietjeslijn of darmverbinding;
  • infectie;
  • vernauwing van de maaguitgang;
  • slikproblemen of aanhoudend braken;
  • een maagzweer bij de verbinding met de dunne darm;
  • trombose of longembolie;
  • een inwendige breuk of darmobstructie;
  • onvoldoende gewichtsverlies;
  • latere gewichtstoename;
  • een nieuwe operatie vanwege complicaties.

Door eerdere operaties kunnen verklevingen aanwezig zijn. Hierdoor kan de ingreep technisch ingewikkelder zijn en kan het risico hoger liggen dan bij een eerste gastric bypass.

Wat verandert er na de operatie?

Na een chirurgische of endoscopische verkleining volgt u opnieuw een voedingsschema waarbij eten en drinken stapsgewijs worden opgebouwd. Houd altijd het persoonlijke schema van uw behandelteam aan.

U moet opnieuw wennen aan kleinere porties en veranderde verzadigingssignalen. Rustig eten, kleine happen nemen, goed kauwen en stoppen bij het eerste gevoel van verzadiging zijn belangrijk. Te snel of te veel eten kan pijn, misselijkheid, oprispingen of braken veroorzaken.

De oorspronkelijke gastric bypass blijft aanwezig. Daarom blijven dagelijks gebruik van de voorgeschreven supplementen, bloedcontroles en langdurige nazorg noodzakelijk.

Veelgestelde vragen over het opnieuw verkleinen van de pouch

Kunt u zelf merken dat de pouch groter is geworden?

Nee, niet met zekerheid. Grotere porties, meer honger of gewichtstoename kunnen een aanwijzing zijn, maar kunnen ook andere oorzaken hebben. Alleen medisch onderzoek kan beoordelen of de pouch of maaguitgang relatief ruim is.

Kan de pouch zonder operatie weer kleiner worden?

De anatomische grootte van de pouch wordt niet aantoonbaar blijvend kleiner door tijdelijk minder te eten. Met een passend eetpatroon kunt u wel opnieuw gevoeliger worden voor verzadigingssignalen en uw porties beter beheersen. Voor een daadwerkelijke anatomische verkleining is een chirurgische of soms endoscopische behandeling nodig.

Hoe lang na een gastric bypass kan de pouch worden verkleind?

Er bestaat geen vaste termijn. Een revisie wordt meestal pas overwogen nadat het gewichtsverloop voldoende lang is beoordeeld. Ook vele jaren na een gastric bypass kan een pouchverkleining technisch mogelijk zijn, mits onderzoek laat zien dat dit passend en verantwoord is.

Is het verkleinen van de pouch hetzelfde als een redo-operatie?

Ja. Het opnieuw aanpassen van de pouch valt onder revisie- of redochirurgie. Er bestaan daarnaast andere redo-operaties waarbij bijvoorbeeld de maaguitgang, een fistel of de darmlengte wordt aangepast.

Wordt altijd een minimizer ring geplaatst?

Nee. Een ring kan in geselecteerde situaties worden gebruikt, maar is geen standaardonderdeel van iedere pouchverkleining. De chirurg beoordeelt of de mogelijke voordelen opwegen tegen de risico’s.

Kan de pouch meerdere keren worden verkleind?

Een nieuwe revisie kan technisch soms mogelijk zijn, maar iedere heroperatie veroorzaakt meer littekenweefsel en brengt aanvullende risico’s mee. Een herhaalde pouchverkleining wordt daarom alleen in uitzonderlijke en zorgvuldig geselecteerde situaties overwogen.

Wanneer moet u na de operatie medische hulp zoeken?

Neem direct contact op met uw behandelend ziekenhuis bij koorts, toenemende buikpijn, aanhoudend braken, een opgezette buik, wondproblemen of wanneer u onvoldoende kunt drinken. Zoek met spoed hulp bij ernstige benauwdheid, pijn op de borst, bloedbraken, zwarte ontlasting, flauwvallen of plotselinge hevige buikpijn. Bel bij een levensbedreigende situatie 112.

Overweegt u deel te nemen aan het programma van het Bariatrisch Centrum? Neem gerust contact met ons op via telefoon (088 706 8800) of e-mail (poli.bariatrie@bravis.nl) voor meer informatie of om u aan te melden. Voor uw intake en screening is een verwijsbrief van uw huisarts of specialist vereist, bijvoorbeeld van een internist, longarts of cardioloog. Wanneer u aan de criteria voldoet, wordt u direct ingepland voor de screening. Als aanvullende medische informatie nodig is, volgt eerst een gesprek met de chirurg. Zo zet u een goed geïnformeerde eerste stap richting een duurzame behandeling van obesitas.