Moet uw medicijndosering veranderen na een maagverkleining?
Na een maagverkleining moet de dosering van sommige medicijnen mogelijk worden aangepast. Snel gewichtsverlies, veranderingen in de opname en verbetering van aandoeningen zoals diabetes type 2 of hoge bloeddruk kunnen invloed hebben op de werking van geneesmiddelen. Verlaag, verhoog of stop uw medicatie nooit zelf, maar laat deze controleren door uw arts en apotheker.
Welke medicijnen hebben extra controle nodig?
Na een gastric bypass of mini gastric bypass verandert de route door het spijsverteringsstelsel. Daardoor kunnen sommige geneesmiddelen anders of minder voorspelbaar worden opgenomen. Ook na een gastric sleeve kunnen veranderingen in maagvolume, zuurgraad en voedselinname invloed hebben op medicijnen.
Medicijnen voor diabetes vragen vaak extra aandacht. De bloedsuiker kan na de operatie snel verbeteren, waardoor de bestaande dosering mogelijk te sterk wordt. Klachten van een lage bloedsuiker zijn onder andere trillen, zweten, hartkloppingen, honger, duizeligheid en verwardheid. Bespreek vooraf hoe en hoe vaak u uw bloedsuiker moet controleren.
Ook de bloeddruk kan tijdens het afvallen dalen. Duizeligheid bij opstaan, een zwak gevoel of bijna flauwvallen kan een reden zijn om de bloeddruk en medicatie eerder te laten beoordelen. Stop bloeddrukmedicatie niet zelfstandig.
Extra controle kan eveneens nodig zijn bij schildkliermedicijnen, antidepressiva, antipsychotica, anti-epileptica, bloedverdunners en medicijnen met vertraagde afgifte. Bij sommige geneesmiddelen kan bloedonderzoek helpen om te beoordelen of de hoeveelheid in het lichaam nog passend is.
Maak vóór de operatie een volledig overzicht van alle geneesmiddelen, vitamines, kruidenpreparaten en vrij verkrijgbare middelen die u gebruikt. Laat dit overzicht na de operatie opnieuw beoordelen en vermeld bij iedere nieuwe voorschrijver dat u een maagverkleining heeft gehad.
Neem contact op wanneer een medicijn plotseling minder goed lijkt te werken of wanneer nieuwe bijwerkingen ontstaan. Ook een sterke verandering van gewicht, terugkerende hypo’s, een lage bloeddruk, stemmingsveranderingen of neurologische klachten kunnen aanleiding zijn voor een eerdere controle.
Meer informatie over veranderde opname, grote tabletten en vertraagde werking vindt u op de pagina over medicatiegebruik na bariatrische chirurgie. Uw huisarts, specialist en apotheker kunnen gezamenlijk bepalen of een andere dosering, toedieningsvorm of controlemethode nodig is.
Overweegt u deel te nemen aan het programma van het Bariatrisch Centrum? Neem gerust contact met ons op via telefoon (088 706 8800) of e-mail (poli.bariatrie@bravis.nl) voor meer informatie of om u aan te melden. Voor uw intake en screening is een verwijsbrief van uw huisarts of specialist vereist, bijvoorbeeld van een internist, longarts of cardioloog. Wanneer u aan de criteria voldoet, wordt u direct ingepland voor de screening. Als aanvullende medische informatie nodig is, volgt eerst een gesprek met de chirurg. Zo zet u een goed geïnformeerde eerste stap richting een duurzame behandeling van obesitas.